Van 1966 tot en met 1976 heb ik muziek gemaakt. We zijn begonnen bij de verkenners in Tiel. Er moest een bepaalde opdracht uitgevoerd worden door hopman Mulders. Met z'n vijven kozen we voor muziek. Henk van den Heuvel, Stephan van Ewijk, Kees Faber, Hans Schoenmakers en ik. De instrumenten moesten zelf gemaakt worden. Behalve voor Hans Schoenmakers, want hij speelde al gitaar; een z.g. Spaanse gitaar. Voor Stephan hebben we een zogenaamd theekistbas gemaakt. Een grote kist met een verticale paal en daaraan een snaar. We hebben op het zoldertje bij mij thuis aan de Konijnenwal verschillende gitaren gemaakt. Ook een drumstel kon niet ontbreken. Van oude peperbussen, autobinnenbanden en varkensblazen (leve slagerij Faber!) werden de trommels in elkaar gezet en een oude kerstboomstandaard deed dienst als staander. We waren dus allemaal ongeveer 12 toen de eerste klanken werden gemaakt. Ik speelde in eerste instantie gitaar en mondharmonica. Dat had ik kunstig gemaakt van dik ijzerdraad dat om mijn nek hing. Knap afgekeken van Armand.

Echte gitaren!

Ongeveer een jaar later hadden Henk van den Heuvel en Stephan hadden gitaren gekregen. Het peperbussendrumstel was vervangen door een paar echte trommels. Deze trommels had ik gekregen van de Wamelse Harmonie. Ze waren afgeschreven en mijn oom Cor, schoenmaker te Wamel, beheerde de voorraad. Ik was de koning te rijk: echte trommels!!!!

Ook werd er al aan versterking gedacht. Let u op de foto hiernaast op de luid-spreker in de rechter benedenhoek en de radio, die als versterker dienst deed, achter Henk. V.l.n.r. op de foto: Hans, Stephan, Kees (zanger en mondharmonica), Gerard en Henk. Ik had met Kees geruild. Ik vond gitaar eigenlijk niks en wilde drummen. Dat was geen probleem. Hoe we aan die grote trom zijn gekomen weet ik niet meer. We moesten er natuurlijk in navolging van allerlei bands zoals de Stones en de Beatles ook een naam hebben die op de grote bassdrum geschreven moest worden. We werden The Scout Boys. Logisch toch. Met grote zwarte letters werd de naam op de trom geverfd. We hadden eerst de trom te vroeg overeind gezet zodat alle verf naar beneden was uitgelopen. Toen maar weer opnieuw geprobeerd. 

Als je goed kijkt was ik toen al Ludwig-fan. Ik had met een fijne viltstift de naam van dit beroemde drumstelmerk boven op de grote trommel geschreven. Overigens kon ik niets met die trommel. Die stond er alleen voor de sier. Ik had helemaal geen voetpedaal. Maar we waren wel een band! Op de foto hiernaast hadden we een optreden in het gebouw van de Scouting aan de dijk in n van de hertog zoveel straten. Het was op een open dag. In de andere helft van het gebouw waren de kabouters en de gidsen. In onze helft de welpen en de verkenners. Er moest natuurlijk wel een splitsing zijn tussen de dames en heren. In die tijd besloot Stephan van Ewijk het muzikale deel van de band te verlaten. Hij had in eerste instantie basgitaar gespeeld en toen we eenmaal een tweedehands piano op de kop hadden weten te tikken, ging Stef aan de piano. Dat was een gedeeltelijk succes. Niet zozeer omdat Stef noch ritme noch muzikaliteit bezat. Nee, dat was allemaal op te lossen.

 

Op de toetsen hadden we met een viltschrift geschreven wat hij moest spelen en met knikken naar Stef ging hij sneller of langzamer. Nee, het succes zat hem in het fanatisme van hem. Op een gegeven moment kon hij  zelfs met zijn voeten te piano bespelen. Dat was pas succes. In zijn bassistentijd had hij een versterker op de kop getikt met twee boxen. Dat was helemaal te gek: een echte versterker. Maar een twee keer dertig watt versterker is eigenlijk niet bedoeld om een professionele bas op aan te sluiten en in een mum van tijd deed het ding niet meer zoveel. Gelukkig was daar Stef zelf, die het ding opende en met een grote schroevendraaier meer vonken uit het apparaat kon halen dan dat het ooit aan geluid had voortgebracht. Tot zover de versterker. Toen kwam de piano. We hadden voor een prikkie een leuke piano op de kop getikt. De piano heeft eerst een tijdje in het jeugdhonk gestaan van de verkenners onder aan de dijk in de Graaf Adolfstraat of zoiets. Samen met de bakkersfiets die ik had gekregen van bakker Arntz. In die bakkersfiets vervoerden we onze gehele installatie. Een leuk detail is dat we een keertje met z'n drien, Hans, Kees en ik ergens op die fiets naar toe gingen. Ter hoogte van de gracht staken we die bij de brug naar de Konijnenwal over en op dat moment kwamen er drie eenden aangevlogen. Al schijtend en snaterend vlogen ze over de bakkersfiets. Hans kon nog net op tijd de klep van de bak dichtmaken. Een grote witte streep eendenschijt lag over de bakfiets. De bakfiets heeft nog jaren bij het scoutinggebouw gestaan en is een eenzame dood gesotrven.

De piano is heel bijzonder aan zijn einde gekomen. Toen Stef eenmaal besloten had dat hij stopte met muziek maken, want hij werd onze manager, moest ook de piano een mooi einde krijgen. Dit kreeg de piano op de binnenplaats van de Catharinaschool. Vanaf de eerste verdieping uit het raam (best hoog) op het schoolplein. Hij heeft nog nooit zulke mooie en bluesy klanken voortgebracht. De piano dan. Een donkere periode. Maar voor hetzelfde geld hebben we hem verkocht aan Ad Claassen uit Maurik. Ik zou het niet meer weten. We hebben in ieder geval wel plannen gehad om die piano naar beneden te donderen. Ach, die jeugd toch. 

 

Naam

Over de naam is nogal wat te doen geweest.Tussen 1968 en 1971 hebben we uiteraard The Scout Boys geheten. Daarna werd het "Desperation" en enige tijd daarna "The Desperation Blues Company". In december 1971 hebben we een nieuwe naam genomen omdat het wel erg verwarrend werd. Deze naam is gekozen bij mij thuis. Op mijn kamer aan de Konijnenwal nr. 1. Het werd Krypton. De naam was nogal geheimzinnig en we waren destijds nogal idolaat van Black Sabbath en vonden het goed klinken. Later bleek dat het een gassoort was en een planeet. Ja, juist ja, die waar Superman vandaan kwam. We hebben toen voor Gerard Perlot een passende gitaarkist gemaakt in de vorm van een doodskist. Die werd geschilderd met matzwarte schoolbordenzwart. Een zeer interessante kist. Loodzwaar en nauwelijks te tillen, maar het zag er wel heel leuk uit.